Tanja van Beukering & Noëlle Pameijer
Dit is het vervolg op een eerder in dit tijdschrift gepubliceerd artikel. Een leraar, intern begeleider, ouder en/of kind kunnen een remedial teacher benaderen met één of meer vragen. Bij diagnostische vragen kan handelingsgericht werken (HGW) door de remedial teacher van toepassing zijn. Soms is handelingsgerichte diagnostiek (HGD) door een (externe) deskundige nodig om de vraag te beantwoorden. HGW/HGD zijn beide vraaggestuurde en oplossingsgerichte methodieken: de vragen van een leraar, intern begeleider, ouder of kind zijn het uitgangspunt.
Stephan Vermeire
De laatste tijd komt er steeds meer aandacht voor de diagnostiek en behandeling van hardnekkige rekenproblemen. Dit is een goede ontwikkeling, omdat hierdoor leerlingen met een geïsoleerd rekenprobleem beter geholpen kunnen worden en hierdoor uiteindelijk op het schoolniveau terechtkomen waar zij thuis horen. De meeste materialen die op dit moment beschikbaar zijn voor remediatie, zijn bedoeld voor de brugklas. Deze zijn er vooral opgericht een eventuele achterstand van de basisschool in te halen. Toch kunnen ook leerlingen met dyscalculie in de hogere klassen grote problemen krijgen met wiskunde. Dit artikel is bedoeld om een opzet te geven voor een remediërend programma voor de algebrastof die in de tweede en derde klas havo/vwo behandeld wordt. In de praktijk vormt deze stof namelijk een essentieel basisonderdeel dat onmisbaar is voor verschillende vakken in de tweede fase.
Interview: Herm Verbugt
Tekst: Hennie van de Kar-Vervooren
Lezen gaat voor! Dat is de conclusie van dr. Chris Struiksma, senior onderzoeker bij de CED-Groep in Rotterdam. Immers, niet goed kunnen lezen belemmert kinderen in vrijwel alles wat op school te leren valt. In 2003 onderzocht Chris Struiksma hoe stagnatie in het leren lezen aan te pakken is. Hij werkte tijdens dit onderzoek nauw samen met remedial teachers van tien Rotterdamse basisscholen. Ruim drie jaar na zijn proefschrift ‘Lezen gaat voor’, gaat Herm Verbugt met deze onderzoeker in gesprek. Hij praat vooral met hem over de rol die Struiksma ziet weggelegd voor remedial teachers bij de aanpak van leesproblemen.
De naam Chris Struiksma is bij veel remedial teachers bekend. Hij is namelijk hoofdauteur van Diagnostiek van Technisch Lezen en Aanvankelijk Spellen (DTLAS) en van de Estafette leesmethode, die veel remedial teachers gebruiken als zij stuiten op kinderen met leesproblemen. Daarnaast had Struiksma zitting in de Commissie Dyslexie van de Gezondheidsraad en nam hij deel aan de Begeleidingscommissie van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Struiksma staat bekend om zijn praktische inslag. Ondanks
zijn wetenschappelijke achtergrond, heeft hij veel voeling met de dagelijkse onderwijspraktijk.
Zijn wetenschappelijke theorieën vertaalt hij naar praktisch toepasbare werkmethodes, waar Estafette een voorbeeld van is, met daarin de Wacht, Hint, Prijs methodiek.
Alger van Hagen en Saskia Versloot
Remedial teachers in scholen hebben de handen vol aan het bieden van hulp aan leerlingen met reken-, spelling- en leesproblemen. Deze vakken worden immers op scholen als kernvakken beschouwd.
Vandaar deze gerichtheid op het bieden van hulp aan leerlingen bij juist deze vakken. Wel is hiervan de consequentie dat leerkrachten zelf leerlingen met schrijfproblemen moeten helpen. De vraag is vervolgens hoe dat in zijn werk zou moeten gaan. Remedial teachers zouden leerkrachten daarbij kunnen helpen door hen handreikingen te bieden die door theorievorming wordt onderbouwd. Daar gaat dit artikel over.
Aart Andeweg
Met waardering heb ik het Koersplan Remedial Teaching gelezen. De LBRT kan trots zijn op dit document, waarmee de vereniging inderdaad aantoont in de voorste gelederen te lopen als het gaat om professioneel naar de werkzaamheden en het functioneren van de eigen beroepsgroep te kijken. De samenstellers hebben met de open benadering naar de leden toe daar een prima bijdrage aan geleverd.
De aanpak verdient bewondering, de inhoud ook.
Toch wil ik graag een opmerking maken die misschien wel beide genoemde aspecten raakt.
Aart Andeweg
Ik weet niet meer wie het gezegd heeft, maar de uitspraak luidde: ‘Wil je Joke Engels leren, dan moet je zowel van Engels als van Joke voldoende weten’. Naderhand (mede door de komst van remedial teachers?) is deze uitspraak aangevuld met de opmerking dat je ook moet weten hóe je Joke dit kunt (laten) leren. En als ik de neurologen mag geloven, zal ook de vraag naar het wánneer een belangrijke rol spelen, gezien hun recente informatie over de ontwikkeling van onze hersenen.
Dit is nog niet alles. Zo zijn rond de eeuwwisseling omschrijvingen opgesteld over competenties van leraren (m/v). Nog meer aandachtspunten voor en kwaliteiten van onderwijsgevenden worden in beeld gebracht om aspecten van het onderwijsleerproces te benadrukken. Op zich waardevolle zaken, zolang ze als middel en niet als doel functioneren.
Ans van Berkel
Enige tijd geleden werd ik gebeld door een student van een technische universiteit. Hij vertelde dat hij dyslectisch was, en na een schoolloopbaan van vbo-mbo-hbo op de universiteit was beland. Net in het jaar dat hij was ingestroomd, had de studierichting besloten dat in het vervolg het programma Engelstalig zou zijn. Hij vroeg advies hoe hij het best met dat Engelse programma om zou kunnen gaan.
Hilde Heuninck
Als we in de praktijk met rekenzwakke kinderen aan de slag gaan, weten we dat het succes van onze begeleiding niet helemaal in onze eigen handen ligt. Er zijn meerdere factoren die een belangrijke rol spelen, maar veel hangt af van de motivatie van het kind om weer aan de slag te gaan. Hoe ‘verleid’ je rekenzwakke kinderen om enthousiast te oefenen terwijl zij goed beseffen dat hun inspanningen tot hiertoe altijd maar minieme vorderingen opleverden? Op intrinsieke motivatie hoeven we jammer genoeg niet te hopen. De rekenzwakke kinderen die plezier scheppen in het goochelen met getallen, zijn witte raven (ik ben er in meer dan 20 jaar praktijk alleszins nog nooit ééntje tegengekomen). Extrinsieke motivatie dan maar, motivatie van buitenaf. We kennen het instrumentarium: aanmoedigingen, beloningssystemen, vorderingskaarten, … en aantrekkelijke oefeningen.
Wilma Brunia
Het aantal leerlingen met dyslexie blijft maar stijgen. De titel van de in 2006 verschenen brochure van het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) luidt: Dyslexie, één op de twintig heeft het. Dat betekent dus 5%. Waar tien jaar geleden een percentage van 3 – 5% nog normaal was, ligt dat momenteel in de praktijk tussen de 5 en 10%. Er zijn zelfs scholen voor voortgezet onderwijs, waar maar liefst 15% van de leerlingen een dyslexieverklaring heeft. In dit artikel ga ik in op de vraag hoe het toch komt dat steeds meer leerlingen in het voortgezet onderwijs een dyslexieverklaring hebben.
Ik kijk vooral naar het signaleringstraject dat wordt doorlopen voordat de remedial teacher besluit om een leerling te verwijzen naar de psycholoog of orthopedagoog voor de diagnose dyslexie.
niet ingelogd