Herm Verbugt
De redactie krijgt voortdurend berichten van remedial teachers over het feit dat de inspectie hun werk op de scholen in het kader van de leerlingenzorg zo goed beoordeelt. De rapporten van de bezochte scholen staan na definitieve vaststelling op de internetpagina van de inspectie. Scholen worden bevraagd op een aantal kwaliteitsaspecten. Het kwaliteitsaspect ‘Zorg en begeleiding’ is voor de remedial teacher het meest boeiend.
Ans van Berkel
Anneke is een dyslectische leerling uit de brugklas havo/vwo-2. Op haar eerste rapport staat zij voor een aantal vakken een 7, voor wiskunde, natuur- en scheikunde zelfs een 8, voor Duits en Engels heeft zij een 6. In het tweede trimester zijn de cijfers voor biologie gedaald, zij staat nu gemiddeld een 5.7. De cijfers voor Duits en Engels blijven in dit trimester rond de 5.5 hangen. Daardoor wordt de compensatie lastiger: Anneke moet aan het einde van dit schooljaar gemiddeld een 7 halen, wil zij naar het vwo mogen. Zij wanhoopt zo langzamerhand of ze ooit een beter cijfer zal kunnen halen voor Engels. Voor het proefwerk dat ze kort geleden heeft gemaakt, had ze een 5.7, hoewel ze de stof volgens haar remedial teacher beheerste. De leerling en haar begeleider vragen zich af wat ze nog moeten doen om de resultaten te verbeteren. In zo’n geval kan het verhelderend zijn om de manier van beoordelen onder de loep te nemen.
Coen Rams
Pasgeleden zei de vader van een leerling dat remedial teaching korte termijn politiek was en geen oplossing bood voor de dyslexie van zijn zoon. Zij zoon hoefde geen etiketje. Met de dyslexieverklaring van de GZ-psycholoog in de hand zou hij het op het voortgezet onderwijs helemaal gaan maken. Het Protocol Dyslexie werd naar de prullenmand verwezen en met grotere teksten en auditieve ondersteuning zou hij het wel redden. Welke argumenten we ook naar voren brachten, voor zijn zoon wenste hij geen remedial teaching.
Peter Verhagen, Peter Eijkhout en Ad Donkers
Sinds 2001 bouwen de locaties Zuid en West van het Hooghuis Lyceum in Oss aan een systeem voor integrale leerlingenzorg. De resultaten van dit systeem zijn nu al merkbaar: hierdoor vallen er minder leerlingen tussen de wal en het schip. Mentoren hebben een centrale rol in het systeem, ‘want in de klas moet het gebeuren’, aldus intern begeleider Pieter Eijkhout.
Jan Simons
Laat eens zien! bestaat uit bijna dertig multimediale lespakketten voor leerlingen uit alle groepen van het basisonderwijs. Deze instructievervangende software van Cédicu heeft betrekking op verschillende leergebieden, zoals geschiedenis, aardrijkskunde, techniek, rekenen en taal. Hierbij vertellen vooral beelden het verhaal. Door een belangrijk accent te leggen op het visuele sluit de aanpak van deze software aan bij het leren van álle leerlingen, dus ook de leerlingen voor wie het verwerken van (schriftelijke) talige instructie minder vanzelfsprekend is. In dit artikel wordt ingegaan op de leertheoretische achtergronden van deze leerpakketten en op de remediërende inzet ervan.
Irene Keijzer
In het decembernummer 2005 is het eerste deel van dit artikel gepubliceerd. Dit is het vervolg daarop.
Dyscalculie kent verschillende verschijningsvormen. In dit artikel een nadere beschrijving van een aantal kenmerken. Daarnaast een beschrijving van mijn onderzoek naar bruikbaarheid van bestaande toetsen en testen voor het opsporen van dyscalculische kenmerken.
Jacquette Meijerink
Sinds enkele jaren worden dyslectische leerlingen, die ik als rt’er begeleidde, via de ib’er en het Protocol Leesproblemen en Dyslectie naar mij doorverwezen. Veel dyslectische leerlingen bleken gefrustreerd omdat ze niet begrepen waarom lezen en/of spellen zoveel moeite kostte, terwijl het leek alsof klasgenoten het ‘vanzelf’ leerden. Sommigen vertelden zelfs, dat ze dachten ‘gek’ te zijn. Hierdoor ontstond de idee een praatuurtje te organiseren voor de groep zeer zwakke lezers/spellers door de hele basisschool.
Zowel door de leerlingen als door hun ouders werd heel enthousiast gereageerd op dit oorspronkelijk éénmalige initiatief en er is besloten dit tot een vast onderdeel van de begeleiding te maken.
Voor dyslexiecoach als de remedial teacher geeft deze opzet goede aanvullende mogelijkheden in de begeleiding van dyslectische leerlingen.
In dit artikel wordt algemene informatie over de praatgroepen, een overzicht van de werkwijze en een beknopte indruk van de inhoud ervan weergegeven.
Rikie Scheepers-Leenen
In het verlengde van de invoering van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie heb ik, op
de school waar ik werkzaam ben, de volgende activiteit bedacht.
Voor een aantal kinderen uit groep 5 t/m 7 die moeite met lezen hebben, organiseren we leesbijeenkomsten. Tijdens die bijeenkomsten staat het omgaan met het leesprobleem centraal. We willen er steeds een aangenaam uurtje van maken, compleet met thee en koek. Een vast terugkomende activiteit zal ‘praten en naar elkaar luisteren’ zijn. Er is expliciet gekozen voor een gemêleerde leeftijdsgroep. Aan het einde van groep 7 wordt een kind uitgeroepen tot ‘ambassadeur van zijn/haar eigen leesprobleem’.
Alger van Hagen
Remedial teachers geven heel diverse hulp aan leerlingen met schrijfproblemen. De geboden hulp concentreert zich voornamelijk op een klein aantal leerlingen uit de groepen 4 en 5. Daarbij worden nauwelijks toetsen gebruikt om het startniveau en het effect van behandelen vast te stellen. Er is bij de ondervraagde remedial teachers sterke behoefte aan theorievorming over schrijfproblemen en aan remediërend materiaal met een systematische opbouw. Er gaapt een kloof tussen de aanpak van de remedial teacher in het kamertje en die van de leraar in de groep. Onbekend is welke hulp leerlingen in de onderbouw (groepen 1-2) en in bovenbouw (groepen 6-7-8) krijgen die respectievelijk kleine motorische of schrijfproblemen hebben. Remedial teachers zouden leraren meer terzijde moeten staan bij het bieden van hulp aan zwakke schrijvers. In de klas moet de hulp door de leraren gegeven worden.
Bureau LBRT | Kosterijland 7 | 3981 AJ Bunnik | tel 030-6571020niet ingelogd