Ine Heerink, Marie-José de Ridder, Maria van de Wiel, Anja Timmermans-van Schijndel
Stil waren we ervan.
Onder de indruk.
De sfeer, de gedrevenheid, de gastvrijheid, de deskundigheid, de betrokkenheid
In oktober 2004 brachten wij, Ine, Maria, Marie-José en Anja, vier studenten van de Masteropleiding 'Special Educational Needs', gevoed door onze speciale interesse voor dyslexie, een bezoek aan het Literacy Support Centre (LSC) in Londen. In dit Centrum werken ervaren begeleiders, ieder met zijn eigen expertise op het gebied van dyslexie. Zij bieden een unieke service aan scholen in de vorm van een tijdelijke, intensieve, op maat gesneden dyslexiebegeleiding.
Er ligt die ochtend een complete dagplanning voor ons klaar; de medewerkers willen ons zo veel mogelijk laten zien van hun werkwijze en hun passie. En uiteindelijk komen we nog tijd te kort, dus na afloop worden er e-mailadressen uitgewisseld.
In het LSC wordt gewerkt met voor ons herkenbare werkvormen, maar we doen ook vernieuwende en inspirerende ervaringen op die we in dit artikel met U willen delen. We beschrijven wat we in het LSC gezien hebben als een soort doorkijkje. Deze doorkijkjes worden steeds vergezeld van relevante achtergrondinformatie, theorie en tips.
Het Literacy Support Centre: Persoonlijk Meesterschap
"We are passionate about the Centre because we know it changes so many children's lives".Dit is het vervolg op het artikel 'inclusief onderwijs en remedial teaching… twee geloven op één kussen?' uit het maartnummer van dit tijdschrift.
"I feel that if dyslexic children in the classroom are included with no support then they are, in effect, excluded because they have not the skills to participate in the curriculum. By withdrawing them for intense teaching they can be equipped with literacy skills so they become participators and not just spectators. They can truly be included"
Margriet Verweij
Het is schooljaar '94-'95
We hebben een zoon met leesproblemen, maar weten niet wat te doen.
Er wordt van alles met ons kind gedaan door de 'rt-er' (een leerkracht zonder eigen groep) om hem tot een betere leesprestatie te krijgen.
Het resulteert in een kind met elke dag hoofdpijn en pijn in zijn buik.
Gesprekken met school leveren niet meer op dan: jullie willen als ouders van jullie zoon een professor maken, maar dat zit er écht niet in, kijk maar naar zijn leesresultaten!!!
Een lijdensweg was begonnen.
Oefenen, maar niet wetend waarom en al helemaal niet wetend hóe.
Alger van Hagen
Leerlingen met schrijfproblemen krijgen in de bovenbouw onvoldoende hulp. Niet van de leerkracht en ook niet van de remedial teacher. In de handleidingen van de schrijfmethodes wordt deze doelgroep onvoldoende onderkend. Effectieve hulp blijkt die hulp te zijn die uitgaat van training van druk- en snelheidbeheersing op de penpunt, het koppelen van eigen taal aan schrijfmotoriek en zelfanalyse door de leerling van zijn schrijfprestaties. Zelfanalyse veronderstelt het gebruik maken van een beoordelingsinstrument ten aanzien van de leesbaarheid van het handschrift. Leerkrachten in de bovenbouw moeten zelf in staat zijn leerlingen in de groep met schrijfproblemen te helpen.
Tom Braams
Op Kennisnet Leerlingzorg is veel informatie te vinden die nuttig kan zijn voor remedial teachers en intern begeleiders. Naast informatie over enkele algemene thema's is er een grote orthotheek en zijn diverse fora waar ouders, docenten en andere geïnteresseerden vragen kunnen stellen. In dit artikel wordt een aantal vaak gestelde vragen over dyslexie beantwoord.
Ans van Berkel
Menig vreemde-taaldocent rekent een spellingfout minder zwaar dan een grammaticafout. Sommige fouten kun je echter op twee manieren interpreteren. Zo is voor de één he workt een grammaticafout, omdat er t staat in plaats van ed. Voor de ander is het een spellingfout, omdat je in de uitspraak van deze vorm geen fout zou opmerken. Als je een fout kunt interpreteren als "op het gehoor geschreven", zou het dus om een spellingfout gaan. Dit blijkt echter niet zo'n eenduidig criterium. Want wat doe je met grammaticale vormen die je niet kúnt horen, zoals in les frère in plaats van les frères, of wanneer er voor dezelfde gesproken vorm verschillende grammaticale mogelijkheden zijn, zoals elle est aimé, aimer of aimez in plaats van elle est aimée?
Voor de afbakening van de twee soorten fouten zou je naar het spellingsysteem zelf kunnen kijken. Zo'n systeem kan worden ingedeeld in twee hoofdgroepen. Schrijfwijzen die klanken weergeven en schrijfwijzen die samenhangen met de woordvorming.
Bella S.E.M. Hendriksen, orthopedagoog PO en VO
Tafereel in groep 3:
Juffrouw Annie: 'Zo lieve kinderen, ik heb jullie nu uitgelegd hoe het alfabetische systeem eruit ziet om te kunnen lezen en schrijven. Het volgende uur gaan jullie 'De olifant en de muis' lezen en het uur daarop stel ik wat vragen. Wanneer jullie er niet uitkomen, mag je naar mij toekomen.'
Huiselijk tafereel: Vader Jan en zijn tweejarig zoontje Matthijs.
'Matthijs, ik heb nu al een paar keer gezegd dat je voortaan 's ochtends zelf je veters moet vastmaken en iedere keer opnieuw moet ik daarbij weer helpen. Vanaf nu moet je het echt zelf doen en help ik je niet meer. Dan ga je maar met losse veters naar de crèche'.
Wanneer vader Jan die dag op zijn werk wordt gebeld omdat Matthijs gestruikeld is en naar het ziekenhuis is gebracht denkt hij: 'van vallen en opstaan moet je leren'.
Scholen in het Voortgezet Onderwijs sturen aan op zelfstandig leren en liefst zo vroeg mogelijk. Er worden instituten opgericht zoals de Iederwijs-scholen, waar kinderen zelf mogen 'bepalen' wat, hoe en wanneer zij leren.
In het NOS-journaal van 21 maart jl. verscheen een jongen die als sprekend voorbeeld van deze trend omstandig verklaarde te stoppen met het vak Engels, omdat 'hij nu wel genoeg wist om zich te kunnen redden in zijn latere leven' en nu in plaats van Engels maar liever Aardrijkskunde ging doen.
Wat zijn de achterliggende gedachten om meer aan te sturen op zelfstandig leren?
De hoofdgedachte is dat er te veel 'drop-outs' zijn in het Voortgezet Onderwijs. De oorzaak van deze drop-outs wordt gelegd bij de veronderstelling dat het huidige onderwijs te weinig uitdagend zou zijn, teveel 'pappen en nathouden'. Men denkt dit probleem te kunnen oplossen door de leerlingen meer zelfstandig te laten werken om daarmee hun motivatie te verhogen.
Stieneke Wilting - Geertsema, Geregistreerd remedial teacher LBRT
Samenvatting:
In tegenstelling tot dyslexie is er over de stoornis dyscalculie veel minder bekend. Volgens sommige onderzoekers komt dyscalculie echter even vaak voor als dyslexie.
De aandacht voor dyslexie is vele malen groter dan voor dyscalculie. Er zijn veel minder cursussen voor begeleiders en onderwijsgevenden. Bovendien zijn leraren over het algemeen nogal talig ingesteld; ook dat pleit niet voor de begeleiding van kinderen met rekenproblemen. Ik voorzie wel een kentering ten goede. De term dyscalculie wordt steeds meer bekend.
Het Tijdschrift voor Remedial Teachers zou hierin ook een voorbeeldfunctie kunnen hebben.
Begeleiding van kinderen met rekenproblemen is heus de moeite waard!!
niet ingelogd