Margaret Rekers en Frits Harinck
In de literatuur wordt een lans gebroken voor een planmatige aanpak van processen in het basisonderwijs. Zo stelt Van der Leij (1998) dat planmatig werken – de vorderingen van leerlingen op de voet volgen en vervolgens passende maatregelen treffen – een indicatie is voor effectieve instructie. Hij noemt planmatig werken als een grondprincipe van de aanpak van leerproblemen. En volgens Knorth & Smith (1999) is planmatig handelen doordacht handelen, waarop regelmatig gereflecteerd wordt.
Ans van Berkel
“Dat zijn woorden om te zeggen, niet om te schrijven”, aldus een dyslectische leerling.
Als je de taalmethodes voor de basisschool bekijkt, valt op dat er relatief weinig aandacht is voor de spelling van Engelse leenwoorden. Dat leerlingen van de basisschool geen moeite hebben met bumper, test, lift of punk ligt voor de hand, omdat je deze woorden net zo schrijft als je ze zegt. De spelling van de meeste leenwoorden komt echter niet overeen met het Nederlands: bebie, meek-up, kompjoeter, milksjeek, tie-sjurt of skoeter vinden we niet acceptabel. Engelse leenwoorden leveren mooie voorbeelden van een leerproces dat grotendeels op visuele inprenting gebaseerd is. Als kinderen cola light, mountain bike, chips en jeans correct spellen, mag je concluderen dat ze de spelling in de dagelijkse omgang hebben opgepikt.
Dirk Callebaut
De kwaliteit van compenserende spraaktechnologie is tegenwoordig van een dusdanig hoog niveau, dat de software steeds vaker ingezet wordt bij de begeleiding van dyslectici (Smits en Van der Helm, 2001). Kinderen, adolescenten, maar ook volwassenen kunnen zo hun problemen voor o.a. spellen en technisch lezen beter omzeilen. Toch is de software niet altijd voor iedereen even bruikbaar.
In deze bijdrage willen we een summier profiel opstellen van die dyslectische gebruikers die het meeste voordeel halen uit spraaktechnologie. Daarbij worden ook bijkomende randvoorwaarden, toepassing binnen het onderwijs, als ook de taken voor de begeleider aangestipt.
Ron van Rijn
Dyslexie komt voor bij naar schatting 3 tot 5% van de bevolking. Als we uitgaan van het laagste cijfer dan zijn er in de BVE-sector 18.000 studenten met dyslexie. Er zijn echter redenen om aan te nemen dat dit aantal nog hoger is, al kennen we geen precieze getallen. Hoewel in het basis- en voortgezet onderwijs steeds meer aandacht komt voor dyslexie, blijft het een gegeven dat de stoornis in een aanzienlijk aantal gevallen pas op latere leeftijd wordt ontdekt. Aangezien dyslexie het volgen van een studie ernstig kan bemoeilijken, mag aangenomen worden dat we het hier hebben over een belangrijke oorzaak van uitval.
Op het ROC (Regionaal Opleidings Centrum) Oost-Nederland wordt stevig aan de weg getimmerd als het gaat om het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Op de website van dit ROC wordt daarover met enige trots melding gemaakt (www.roc-on.nl).
Een groot deel van de leerlingen dat vroegtijdig afhaakt heeft taalproblemen. Om deze reden is het goed om kennis te nemen van de degelijke werkwijze en de tijd die wordt besteed aan leerlingen met dyslexie op het ROC.
Margo van Grinsven
Evenals in het basisonderwijs is ook voor het voortgezet onderwijs op 1 augustus 2003 de wettelijke regeling leerling gebonden financiering in werking getreden. In het verleden werden scholen voor voortgezet onderwijs niet vaak geconfronteerd met leerlingen met een handicap, maar in de toekomst zal dat zeker vaker gaan gebeuren, vooral omdat steeds meer leerlingen met een handicap door invoering van deze maatregel de reguliere basisschool bezoeken. Steeds meer zullen ouders van deze leerlingen er ook voor kiezen om hun kind te plaatsen in het regulier voortgezet onderwijs met ondersteuning van de ambulante begeleiding vanuit het speciaal onderwijs. De keuzevrijheid van de ouders kan, net zoals in het basisonderwijs, worden beperkt door de (on)mogelijkheden van de school om de leerling aan te nemen.
Frits Pals
In het boek Hoe wij denken, leren en vergeten beschrijft Frederic Vester de functionering van de hersenen met onder meer de werking van het geheugen. Het gebruik van het geheugen is één van de pijlers van het leervermogen van een leerling. Hoe de leerling (of ruimer gezegd een mens) zijn of haar geheugen gebruikt is nog niet helemaal duidelijk, maar Frederik Vester gaat er vanuit dat de leerstof via associaties en gevoel, in de hersenen, als kralen aan elkaar geregen wordt. De informatie krijgt een plek en kan weer via dezelfde, of een ander informatief ‘kralensnoer’ teruggevonden worden. De herinnering kan weer opgeroepen en bewust gemaakt worden om te gebruiken: de leerling kan dan bijvoorbeeld reproduceren.
Kijk ook eens over de grens
Een verslag van contacten met organisaties, scholen en universiteiten in het buitenland.
Froukje Leeuwenberg-Steegh
Door het volgen van verschillende nascholingscursussen op de toenmalige Stichting Opleiding Leraren (nu Hogeschool Utrecht) werd mijn interesse gewekt voor buitenlandse publicaties. Het vak Engels werd door mijn dyslectische leerlingen als “zwaar moeilijk” ervaren omdat je dat zo anders schrijft dan dat je het uitspreekt. In 1994 kreeg ik de kans om naar de Verenigde Staten te gaan en heb daar op Boston College kennis gemaakt met het Orton-Gillingham systeem. Dit systeem werkt als het Nederlandse Klankenkast systeem.
Bureau LBRT | Kosterijland 7 | 3981 AJ Bunnik | tel 030-6571020niet ingelogd