Eleonoor van Gerven
Weten dat een leerling hoogbegaafd is leidt automatisch tot de vraag 'maar wat moet ik dan met die leerling doen?' Vervroegde doorstroming, zoals dat besproken is in TvRT nr. 2 van dit jaar, is slechts één van de mogelijkheden die er zijn. Maar zoals in die bijdrage ook al is aangegeven, is vervroegde doorstroming slechts een optie als alle andere begeleidingsmogelijkheden in de eigen leerstofjaarklas onvoldoende blijken te zijn. En ook na vervroegde doorstroming zijn verdere aanpassingen in de leerstof voor hoogbegaafde leerlingen noodzakelijk. Over die aanpassingen en de protocollering ervan gaat dit artikel. En dit alles onder het motto 'Moeilijk moet!'
Alger van Hagen
Remedial teachers houden zich vooral bezig met het ondersteunen van leerprocessen op het gebied van het taal/lees- en rekenonderwijs. Dat is begrijpelijk, mede gezien het speerpuntenbeleid van de overheid. De vraag is of rt-werk zich in de komende jaren alleen op die drie vakken zal moeten richten. Als we uitgaan van het stimuleren van een veelzijdige ontwikkeling van alle leerlingen op school en komen tot een passend zorgaanbod voor alle leerlingen, dan is het antwoord neen! De vraag is vervolgens: wat dan wel? In dit artikel wordt het spel- en speelgedrag van kwetsbare leerlingen onder de loep genomen. Een mogelijk essentieel toekomstig ontwikkelingsgebied, vermoedt de schrijver. Allereerst wordt ingegaan op het spel- en speelgedrag in onderscheiden groepen. Vervolgens wordt ingegaan hoe spel- en speelgedrag van kwetsbare leerlingen ordelijk in kaart gebracht kan worden. Het artikel wordt afgesloten met een aantal aanbevelingen. Dit artikel kon alleen tot stand komen dankzij een honderdtal speelplaatsobservaties en nagesprekken met leraren die door remedial teachers in opleiding in 2006 en 2007 zijn verricht.
Het nieuwe schooljaar is begonnen en goede remedial teachers zijn hun werk kwijt. Voor de zomervakantie bereikten mij al veel berichten dat bij de formatieverdeling door verschillende (grote) school- besturen en individuele scholen de keuze gemaakt werd om de vaak schaarse uren in te zetten voor formatie in de groepen of om te voorkomen dat er gecombineerde groepen gevormd moesten worden. Dit is helaas een beleid voor de korte termijn.
Heleen Wientjes
Je zou toch denken van niet maar het is wel zo. Hoogbegaafde leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben soms remediëring nodig. 'Hoezo hoogbegaafd - zij kan zelfs haar agenda nog niet invullen en hij moet eerst maar eens laten zien dat hij z'n woordjes Frans kan leren'. Hoogbegaafde leerlingen weten en kunnen de gekste dingen wel, maar de meest voor de hand liggende (schoolse) zaken dan ineens echt helemaal niet. Je kunt heel onverwachte lacunes in het kennisbestand en in de werkstrategieën aantreffen, en de docent die niet op de hoogte is van het denken en werken van de hoogbegaafde leerling én van de eerdere schoolcarrière van het individuele kind zit soms met de goedbedoelende handen in het haar. Wat te doen? In die situatie kan de remedial teacher in het vizier komen. Belangrijk is dat die dan op de hoogte is van het fenomeen hoogbegaafdheid, weet welke signalen in de richting van hoogbegaafdheid wijzen, en met de vakdocenten zowel een herkennen ervan als een aanpak kan bespreken.
In dit artikel beschrijf ik kenmerken van werken en leren van de hoogbegaafde, wat de docent in de klas hiervan kan waarnemen en hoe hij het onderwijs zo kan inrichten dat de hoogbegaafde leerling er niet alleen mee uit de voeten kan maar dat hij ook echt iets leert. Tenslotte nog een paar aantekeningen over de rol van de vakdocent en die van de remedial teacher in die situaties dat leerlingen remediëring behoeven.
Let op: specifieke leerproblemen gerelateerd aan leer- en/of persoonlijkheidsstoornissen als dyslexie of Asperger komen in dit artikel niet aan de orde.
1) Zie het artikel van Eleonoor van Gerven in dit nummer voor de verschillende niveaus in hoogbegaafdheid zoals Gagné die onderscheidt. Het gaat om de groep leerlingen met een IQ vanaf 120 (en een aantal andere kenmerken) voor wie het niveau van het reguliere onderwijs te laag ligt
Léon Biezeman
Dit artikel vloeit voort uit het onderzoek 'Leren met dyslexie' (Biezeman, 2007). Gekeken wordt naar de mogelijkheid of het bewust toepassen van de verschillende lees- en schrijfstrategieën bij behandeling van dyslexie tot betere resultaten kan leiden, dan het streven naar het tot stand komen van automatisering van het lezen en/of spellen bij dyslectici. Welke invloed heeft dit op de behandeling en wat zijn de resultaten die we kunnen verwachten? Om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen blijft het zaak bij behandeling kinderen met dyslexie een zo groot mogelijk zelfvertrouwen en zelfbeeld te helpen ontwikkelen.
Herm Verbugt
In het novembernummer van 2007 van dit tijdschrift is een artikel gepubliceerd van Iris Gebbing en Lex van de Kamp over het profielwerkstuk van Iris. Het artikel handelt over 'het rugzakje' oftewel de Leerling Gebonden Financiering (LGF). In nummer 2008|2 van dit tijdschrift staat een artikel over het 'rugzakje' zoals het op een school voor voortgezet onderwijs wordt ingezet, belicht door de coördinator van leerlingen met Leerling Gebonden Financiering, mevr. Corry Sijtsma-Van der Ploeg. In het novembernummer 2007 heeft Iris al in het kort wat verteld over het 'rugzakje'. In dit artikel willen Iris Gebbing en Lex van de Kamp de Leerling Gebonden Financiering onder de loep nemen als een praktijk casus gezien vanuit de direct betrokkene en uiteraard eerste deskundige Iris en haar ambulant begeleider van cluster 3, Lex van de Kamp.
Leenwoorden zijn lastige woorden om te spellen. In taalmethodes voor de basisschool wordt de spelling aangeleerd door leenwoorden in woordpakketten aan te bieden. De woorden in de pakketten kunnen naar spellingmoeilijkheid gekozen zijn, thematisch of helemaal willekeurig.
Als de woorden op grond van het spellingprobleem bij elkaar zijn gezet, is het mogelijk de spelling te leren aan de hand van een kapstokwoord of met behulp van een regeltje. Bij de andere twee vormen van aanbieding is dat minder voor de hand liggend. De woorden worden dan stuk voor stuk ingeprent. De vraag is hoe dat het handigst kan gebeuren. De leerlingen nemen nogal eens hun toevlucht tot spellinguitspraak, het letterlijk uitspreken wat er staat. Wat zijn de voors en tegens van zo'n aanpak, en wanneer kun je hem wel en niet gebruiken?
niet ingelogd